Van PHP naar Python is in 2026 niet langer een “taalvoorkeur”-discussie, maar een strategische vraag over snelheid van innovatie, talentbeschikbaarheid en integratie met AI-gedreven workflows. Veel B2B-teams draaien nog altijd kritieke omzetstromen op PHP, terwijl nieuwe initiatieven (data, automatisering, AI, integraties) steeds vaker in Python ontstaan. Dat spanningsveld maakt dit hét moment om je ontwikkelstack te heroverwegen: niet om alles te vervangen, maar om bewuster te kiezen waar Python je concurrentievoordeel vergroot.
Tegelijk is de realiteit genuanceerd: PHP is nog steeds extreem wijdverbreid en modern PHP (8+) is technisch sterker dan ooit. De vraag is dus niet “PHP is dood?”, maar: waar zit de strategische fit van PHP, waar biedt Python betere leverage, en hoe migreer je zonder je operatie te destabiliseren. Dit artikel helpt CTO’s, product owners en engineering managers om die keuze onderbouwd en uitvoerbaar te maken.
Key Takeaways
- PHP blijft dominant (o.a. door CMS-ecosystemen), maar Python groeit door AI, data en automatisering; kies per domein, niet ideologisch.
- In 2026 ontstaat een reëel skills-risico voor PHP-teams: de talentpijplijn is schever dan bij Python; plan kennisborging en hiring proactief.
- De veiligste route is vaak een strangler-aanpak: nieuwe services in Python, legacy in PHP, met duidelijke API-contracten en observability.
- Kies Python vooral voor data-intensieve features, AI-integraties, event-driven integratie en snelle prototyping; behoud PHP waar CMS/commerce en bestaande assets domineren.
- Maak de businesscase concreet: doorlooptijd, incidenten, time-to-market, integratiekosten en teamproductiviteit—niet “taal X is mooier”.
Waarom nu: wat verandert er in 2026 dat “van PHP naar Python” relevant maakt?
In 2026 verschuift de waarde van backend-development richting integratie met data, AI, automatisering en cloud-native patronen—gebieden waar Python in veel organisaties de standaard is. Tegelijk blijft PHP een groot deel van het web dragen, maar de talentmix en roadmap-keuzes worden kritischer. De juiste vraag is: welke productlijnen moeten sneller experimenteren en integreren, en welke systemen moeten vooral stabiel en kostenefficiënt blijven?
PHP is nog steeds zeer dominant op het web. Volgens W3Techs draait PHP op 72,5% van de websites waarvan de server-side programmeertaal bekend is, zoals aangehaald in PHP's Dominance Explained: Why 72.5% of Websites Use PHP. Dat betekent: je PHP-stack is niet “legacy omdat hij PHP is”, maar wel vaak legacy door architectuur, releaseproces of beperkte integratiemogelijkheden.
Tegelijk signaleert Perforce in zijn 2026 PHP Landscape Report een groeiende skills-gap: meer dan de helft van de ondervraagde PHP-gebruikers heeft meer dan 15 jaar ervaring, terwijl slechts 15% 5 jaar of minder ervaring heeft (Perforce's 2026 PHP Landscape Report). Dat is geen bewijs dat PHP verdwijnt, maar wel een signaal dat je als organisatie moet nadenken over opvolgbaarheid, onboarding en future-proof staffing.
Is PHP nog een goede keuze in 2026, of is het tijd om te migreren?
PHP is in 2026 nog steeds een goede keuze voor veel webplatformen—zeker waar WordPress/Drupal/Joomla of bestaande PHP-domeinlogica de kern vormen. Migreren is vooral zinvol wanneer je roadmap zwaar leunt op data- en AI-features, integratie-automatisering of microservices. De beste beslissing is meestal een hybride stack: PHP behouden waar het sterk is, Python inzetten waar het versnelt.
Wanneer PHP juist wél de rationele keuze blijft
PHP blijft extreem relevant in webontwikkeling, mede doordat grote CMS-platforms erop draaien. DesignRush benadrukt die relevantie expliciet via de rol van CMS’en zoals WordPress, Drupal en Joomla (PHP vs. Python Comparison). Als je business afhankelijk is van CMS-plugins, theming, of een volwassen PHP-ecosysteem, dan is “alles naar Python” vaak duur en risicovol zonder directe opbrengst.
Wanneer migreren (deels) wél logisch is
Python wordt in 2026 breed gebruikt voor AI, machine learning, data science en automatisering, en steeds vaker ook voor moderne full-stack ontwikkeling (Python vs PHP: Which Is Best for Web Development in 2026?). Als je roadmap draait om aanbevelingen, forecasting, document intelligence, workflow-automatisering of integratie met data-platformen, kan Python je time-to-value aanzienlijk verbeteren—vooral omdat tooling en libraries daar volwassen en breed beschikbaar zijn.
Waar zit het echte verschil: ecosystemen, niet syntax
In de praktijk bepalen ecosystemen en teamprocessen meer dan taalfeatures. PHP heeft diepe wortels in web/CMS en snelle delivery voor contentgedreven sites; Python excelleert in data/AI en integratie-automatisering. De heroverweging in 2026 gaat dus over capability alignment: welke capabilities wil je versnellen, en welke wil je vooral stabiliseren en goedkoper runnen.
Welke businessdrivers maken Python aantrekkelijker voor B2B-teams?
Python is aantrekkelijker wanneer je organisatie waarde haalt uit data, AI, automatisering en integraties—typisch B2B-domeinen zoals lead scoring, churn-voorspelling, pricing, supply chain, of documentverwerking. De winst zit vaak in sneller experimenteren, betere beschikbaarheid van libraries en makkelijker koppelen met data-omgevingen. Daarmee wordt Python een productiviteitshefboom, niet alleen een backendkeuze.
Driver 1: AI- en datafeatures als productdifferentiator
Als je product roadmap AI-gedreven features bevat, is Python vaak de “default integratielaag” voor modellen, pipelines en evaluatie. Purshology benoemt Python’s wereldwijde adoptie door zijn rol in AI, machine learning, data science en automatisering (bron). Dat betekent concreet: minder frictie bij het operationaliseren van prototypes naar productie, mits je MLOps en security goed inricht.
Driver 2: Integraties en workflow-automatisering
B2B-platformen groeien vaak via integraties: ERP, CRM, PIM, billing, identity, data warehouses. Python wordt in veel teams de lijm voor ETL/ELT, event processing en API-orchestratie. Combineer dit met een integratiestrategie (bijv. iPaaS of event-bus) en je reduceert maatwerk per koppeling—zeker als je integraal naar integratie-ontwikkeling en systeemkoppelingen kijkt in plaats van “losse scripts”.
Driver 3: Talent en teammobiliteit
De Perforce-bevinding over de ervaringsverdeling in PHP-teams wijst op een risico: je kunt afhankelijk worden van een kleine groep senioren (bron). Python-teams zijn vaak makkelijker schaalbaar doordat de taal in meerdere domeinen wordt gebruikt (data, automation, web). De businessdriver is hier bus-factor: continuïteit, onboarding-snelheid en interne mobiliteit.
Performance en kosten: is Python sneller of is PHP sneller in 2026?
Er is geen universeel “Python is sneller” of “PHP is sneller” antwoord; workload en architectuur bepalen de uitkomst. PHP 8+ heeft aantoonbaar grote prestatieverbeteringen door o.a. een snellere JIT-compiler en verbeterde geheugenafhandeling (PHP vs. Python: Best Language for Backend Development in 2026). Python kan juist efficiënter zijn in data/AI-workloads door gespecialiseerde libraries en native implementaties onder de motorkap.
Wat je wél moet vergelijken: end-to-end latency en throughput
Vergelijk niet alleen “requests per seconde”, maar de hele keten: database, caching, queueing, netwerk, third-party APIs en observability. Veel performanceproblemen komen voort uit N+1 queries, ontbrekende caching of chatty integraties—ongeacht taal. Maak een meetplan met SLI/SLO’s en test representatieve scenario’s voordat je migratie als performance-oplossing verkoopt.
Kosten: runtime, infra en ontwikkeltijd
De grootste kostenpost is zelden compute; het is ontwikkeltijd, incidenten en change failure rate. Python kan kosten verlagen als het je team sneller laat itereren op data- en integratiefeatures; PHP kan kosten verlagen als je bestaande CMS/commerce-assets maximaal hergebruikt. Zet daarom een total cost of change-model op: doorlooptijd per feature, regressierisico, testdekking en releasefrequentie.
Praktische vergelijking: PHP vs Python per use-case (2026)
De meest betrouwbare aanpak is een use-case matrix: per productdomein bepaal je welke taal het meeste rendement geeft. PHP blijft vaak het beste voor CMS-gedreven delivery en snelle webcontent, terwijl Python vaak wint bij data, AI en integraties. Onderstaande tabel is bedoeld als beslishulp, niet als absolute waarheid—valideer met je eigen constraints.
| Use-case | PHP (sterk wanneer…) | Python (sterk wanneer…) | Aanbevolen aanpak |
| CMS / contentplatform | Je leunt op WordPress/Drupal/Joomla-ecosysteem en plugins | Je bouwt headless services rond content met data/AI-verrijking | Behoud PHP voor CMS-kern; Python voor enrichment/API’s |
| B2B klantportaal | Veel bestaande PHP-domeinlogica en stabiele requirements | Snelle iteratie, personalisatie, scoring, automatisering | Strangler: nieuwe modules in Python, legacy in PHP |
| Integratiehub (ERP/CRM/PIM) | Je hebt al mature PHP-integratiecode en lage change-rate | Veel connectors, data-transformations, event processing | Python service-layer + duidelijke contracten |
| AI features (classificatie, extractie) | Alleen simpele rules; weinig ML-ops | Model lifecycle, evaluatie, pipelines, experimenten | Python-first; expose via API naar PHP/clients |
| E-commerce / CMS-commerce | Platform is PHP-ecosysteem (plugins, thema’s, extensies) | Je bouwt custom pricing/forecasting/anti-fraud services | PHP kern + Python microservices voor intelligence |
De grootste risico’s bij migratie (en hoe je ze beheerst)
Migratie faalt zelden door code alleen; het faalt door scope creep, ontbrekende meetbaarheid en onvoldoende operationele volwassenheid. De belangrijkste risico’s zijn: functionele regressie, dataconsistentie, security gaps, performance surprises en teamfragmentatie. Je beheerst dit met een incrementele migratiestrategie, contract testing, observability en een expliciete “stop/go”-governance.
Risico 1: verborgen businesslogica en regressie
Legacy PHP-systemen bevatten vaak impliciete regels: edge cases, uitzonderingen per klant, of “historische” databasevelden. Breng dit boven water met characterization tests en log-analyse voordat je herschrijft. Koppel dit aan contracten (API schemas) zodat gedrag meetbaar gelijk blijft, zelfs als implementaties veranderen.
Risico 2: datamigratie en consistentie
Als je data-model verandert, is de grootste valkuil “big bang” migratie. Kies liever voor dual writes (tijdelijk), event sourcing waar passend, of een anti-corruption layer die oude en nieuwe modellen vertaalt. Documenteer datadefinities en lineage; dit sluit goed aan bij een bredere data-gedreven ontwikkelaanpak zoals besproken in de rol van data-analyse in softwareontwikkeling in 2026.
Risico 3: security en supply chain
Een taalwissel verandert je dependency-landschap: package managers, build pipelines en kwetsbaarheden. Zet direct een beleid neer voor dependency pinning, SBOM, secret scanning en runtime hardening. Behandel Python services als productie-waardige assets met dezelfde secure SDLC-standaarden als je PHP-kern.
Risico 4: teamfragmentatie en “twee snelheden”
Een hybride stack kan leiden tot twee teams die elkaar blokkeren. Voorkom dit met platformstandaarden: logging/metrics, API gateway, CI/CD templates, shared libraries en een duidelijke “golden path”. Maak ook expliciet welke onderdelen product ownership hebben, zodat niemand “tussen wal en schip” valt.
Welke migratiestrategie werkt het best: rewrite, strangler of uitbreiding?
De beste migratiestrategie is meestal geen volledige rewrite, maar een strangler- of uitbreidingsmodel: je bouwt nieuwe capabilities in Python en laat legacy PHP geleidelijk krimpen. Een rewrite kan alleen rationeel zijn wanneer je product en proces al stabiel zijn, je testdekking hoog is en je een harde reden hebt (bijv. onhoudbare architectuur). Kies de aanpak die risico minimaliseert en waarde vroeg levert.
Optie A: Strangler pattern (meest gebruikt in B2B)
Met de strangler-aanpak zet je een Python service naast je PHP-app en routeer je functionaliteit stap voor stap om. Begin met “edges” zoals reporting, export, notificaties of scoring—domeinen met duidelijke interfaces. Gebruik feature flags en canary releases om regressie vroeg te detecteren en terug te kunnen draaien.
Optie B: Nieuwe domeinen in Python, core blijft PHP
Dit is vaak de snelste route als je PHP-platform stabiel is, maar je nieuwe initiatieven (AI, integratiehub, data services) sneller wilt leveren. Je behoudt de bestaande weblaag en bouwt Python services als interne producten met API’s. Dit sluit goed aan bij organisaties die al investeren in cloud-integratie; zie ook cloud-integratie die bedrijfsprocessen transformeert.
Optie C: Volledige rewrite (alleen onder strikte voorwaarden)
Een volledige rewrite kan zinvol zijn als je product fundamenteel verandert, je legacy niet te moduleren is, of compliance-eisen een radicale herbouw afdwingen. Maar een rewrite zonder meetbare milestones is een klassiek risico: je levert lang niets op en ontdekt pas laat dat edge cases ontbreken. Als je dit doet, hanteer dan harde gates: testdekking, performance budgets en “definition of done” per capability.
Praktische scenario’s (illustratief): 5 mini case studies voor 2026
Onderstaande scenario’s zijn illustratief (hypothetisch) maar gebaseerd op veelvoorkomende B2B-patronen. Ze laten zien dat “van PHP naar Python” meestal neerkomt op gerichte modernisering, niet op een totale vervanging. Gebruik ze als inspiratie om je eigen portfolio te segmenteren op waarde, risico en veranderfrequentie.
Scenario 1: B2B klantportaal met nieuwe personalisatie
Een groothandel draait een PHP-portaal voor orderstatus en facturen. In 2026 wil men personalisatie: aanbevolen herhaalorders en voorraadalerts. Aanpak: PHP blijft de UI/backend voor bestaande flows, terwijl een Python service scoring en aanbevelingen levert via een API; het portaal consumeert alleen de output. Resultaat: snelle iteratie op modellen zonder de kern te destabiliseren.
Scenario 2: Documentverwerking (offertes/PO’s) met AI
Een dienstverlener heeft een PHP-app die PDF’s opslaat en doorstuurt naar backoffice. Men wil automatische extractie van velden en validatie. Aanpak: bouw in Python een verwerkingpipeline (extractie, validatie, human-in-the-loop), expose als interne service, en laat PHP alleen upload/UX doen. Dit past bij Python’s sterke positie in AI- en automatiseringsdomeinen (bron).
Scenario 3: CMS-gedreven marketing + productdata verrijking
Een fabrikant gebruikt een PHP-CMS voor campagnes, maar productdata komt uit PIM/ERP en is inconsistent. Aanpak: behoud CMS in PHP (ecosysteemvoordeel), en bouw een Python enrichment-service die productdata normaliseert, dedupliceert en verrijkt. Zo combineer je CMS-snelheid met datakwaliteit zonder een kostbare CMS-migratie.
Scenario 4: Integratiehub voor ERP/CRM met event-driven architectuur
Een SaaS-bedrijf heeft veel point-to-point PHP-integraties die moeilijk te onderhouden zijn. In 2026 wil men een event-bus en gestandaardiseerde connectors. Aanpak: introduceer Python services voor event processing en transformaties, met strikte schema’s en observability. PHP blijft voor bestaande webapp-functies totdat integraties zijn uitgefaseerd.
Scenario 5: Talentprobleem in een PHP-monoliet
Een organisatie merkt dat het moeilijker wordt om nieuwe PHP-engineers te onboarden; kennis zit bij enkele senioren. De Perforce-verdeling (veel zeer ervaren PHP-gebruikers, relatief weinig starters) onderstreept dat dit risico reëel kan zijn (bron). Aanpak: moderniseer intern met duidelijke service boundaries, schrijf nieuwe services in Python en borg domeinkennis via tests en documentatie.
Architectuurkeuzes: monoliet, modulith of microservices bij een taalshift
Een taalshift is het moment om je architectuur expliciet te maken: blijf je bij een monoliet, ga je naar een modulith, of kies je microservices? In 2026 is microservices niet automatisch “modern”; het is vooral zinvol als je teams autonoom kunnen releasen en je platformobservability volwassen is. Vaak is een modulith + enkele Python services een pragmatische middenweg.
Modulith als tussenstap: duidelijke grenzen zonder distributed pain
Met een modulith definieer je modulegrenzen (domeinen, pakketten, API’s) binnen één deployable. Je kunt dan delen “uitknippen” naar Python services wanneer ze stabiel en goed getest zijn. Dit verlaagt complexiteit en helpt je team om eerst domeinmodellen en contracten te stabiliseren.
Microservices: alleen als je platform het kan dragen
Microservices vragen volwassen CI/CD, tracing, incident response en versioning discipline. Zonder die basis verschuif je problemen van code naar operatie. Als je toch microservices kiest, definieer dan “platform standards” (logging, metrics, auth, rate limiting) voordat teams vrij gaan bouwen—anders wordt je stack heterogeen en onbestuurbaar.
Data- en AI-ready ontwikkelen: waarom Python vaak de “snelle route” is
Python versnelt vaak de route van idee naar productie voor data- en AI-features, omdat tooling en libraries breed beschikbaar zijn en veel data-teams al in Python werken. Dat betekent niet dat je “AI in de backend” automatisch goed zit: je hebt evaluatie, monitoring en governance nodig. Zie Python daarom als enabler van experiment discipline, niet als vervanging van engineering fundamentals.
Van prototype naar productie: voorkom de “notebook-val”
Veel AI-initiatieven starten als prototype, maar stranden bij productie-eisen: latency, privacy, auditability. Maak daarom vroeg afspraken over input/output contracten, dataset-versies en meetbare kwaliteitscriteria. Koppel dit aan een releaseproces met feature flags, zodat je modellen gecontroleerd kunt uitrollen en terugdraaien.
Observability: meet modelkwaliteit én systeemgedrag
Voor Python services in een PHP-landschap is observability essentieel: request tracing over services, metrics per endpoint, en logging met correlation IDs. Voor AI-features voeg je kwaliteitsmetingen toe (bijv. acceptatiepercentages, foutklassen, drift-signalen) zonder cijfers te verzinnen; definieer ze op basis van jouw domein. Dit helpt je om AI-gedreven roadmapbeslissingen te onderbouwen, in lijn met de impact van AI op softwareontwikkeling in 2026.
Team en organisatie: skills, governance en delivery in een hybride stack
Een succesvolle stap van PHP naar Python is vooral een organisatieverandering: je introduceert nieuwe patterns, tooling en ownership. Door de geconstateerde ervaringsscheefheid in PHP-teams (Perforce) is het verstandig om kennis te borgen en tegelijk nieuwe talentlijnen te openen. Het doel is consistent delivery met één kwaliteitslat, ongeacht taal.
Skillsstrategie: upskill, hire en kennisborging
Maak een plan met drie sporen: (1) upskill PHP-engineers naar Python voor gedeelde domeinkennis, (2) hire Python-engineers met productie-ervaring, (3) borg legacykennis via tests, ADR’s en runbooks. Vermijd het “twee kampen”-effect door gezamenlijke code reviews en gedeelde incident-rotaties. Zo wordt Python een uitbreiding van je capability, niet een breuklijn.
Governance: standaarden die heterogeniteit beheersbaar maken
Definieer een platform baseline: API auth, logging, metrics, error handling, dependency policies en CI/CD templates. Leg vast hoe je versioning doet en hoe je backward compatibility garandeert. Dit is extra belangrijk als je werkt met externe partners of meerdere teams; overweeg daarbij ondersteuning via maatwerk softwareontwikkeling wanneer je interne capaciteit beperkt is.
Een besliskader: zo bepaal je waar Python nu het meeste oplevert
Een goed besliskader voorkomt dat migratie een emotioneel project wordt. Scoor applicaties en domeinen op veranderfrequentie, integratiedruk, data/AI-behoefte, testbaarheid en businesskritiek. Start waar de waarde hoog is en de blast radius laag: services met duidelijke inputs/outputs en weinig UI-complexiteit. Zo bouw je vertrouwen en momentum op.
- Veranderfrequentie: Hoe vaak wijzigt dit domein door klantvragen of marktverandering?
- Integratiecomplexiteit: Hoeveel externe systemen, API’s en dataformaten raken dit onderdeel?
- Data/AI-waarde: Levert data-analyse, voorspelling of classificatie hier direct productwaarde?
- Testbaarheid: Heb je voldoende tests/telemetrie om gedrag te borgen tijdens migratie?
- Operationele impact: Wat is de impact van downtime of regressie (SLA’s, omzet, compliance)?
Stapsgewijs migreren: een bewezen blueprint (zonder big bang)
De meest succesvolle trajecten volgen een vaste volgorde: eerst meten en afbakenen, dan een eerste Python service met strakke contracten, daarna opschalen met standaarden. Je voorkomt daarmee dat je “twee stacks” bouwt die elkaar niet begrijpen. Onderstaande blueprint is bewust pragmatisch: hij werkt zowel voor monolieten als voor service-landschappen.
- Inventariseer domeinen en afhankelijkheden: dataflows, integraties, critical paths, release cadence.
- Definieer API-contracten en auth: schemas, versioning, rate limits, error model.
- Zet observability neer: tracing over PHP↔Python, metrics per endpoint, logcorrelatie.
- Bouw één “thin slice” Python service: klein, meetbaar, met duidelijke SLO’s.
- Introduceer feature flags en canary releases: gecontroleerde uitrol en snelle rollback.
- Verhoog testdekking: characterization tests op PHP, contract tests op interfaces.
- Schaal op met een golden path: templates, CI/CD, dependency policies, security checks.
Wat betekent dit voor je bestaande PHP-ecosysteem (WordPress/Drupal/Joomla)?
Als je afhankelijk bent van een PHP-CMS of -ecosysteem, is “migreren naar Python” zelden een directe vervanging van je CMS-kern. PHP blijft hier relevant, mede doordat CMS-platforms een groot deel van het web aandrijven (DesignRush). De slimme stap is vaak: CMS blijft, maar je bouwt Python services eromheen voor data, personalisatie en integraties.
Patroon: headless/decoupled met Python services
Je kunt een PHP-CMS gebruiken als contentbron, terwijl Python services zorgen voor enrichment, search, aanbevelingen of integratie met productdata. Zo behoud je de editor experience en plugin-waarde, maar moderniseer je de “intelligence layer”. Dit patroon is vooral sterk in B2B waar productinformatie en accountcontext cruciaal zijn.
Wanneer je wél aan CMS-migratie denkt
Overweeg CMS-migratie alleen als je CMS zelf de bottleneck is: security/patching onhoudbaar, extensies blokkeren upgrades, of je contentmodel past niet meer bij je product. Zelfs dan is een gefaseerde aanpak verstandig: migreer eerst content-API’s of specifieke sites/tenants. Voor bredere platformkeuzes kan een vergelijking van CMS-platforms helpen, zoals de B2B-gids voor CMS-platforms in 2026.
Tooling en platform: wat moet je inrichten voordat Python “enterprise-ready” is?
Python in productie vraagt om dezelfde discipline als elke enterprise stack: reproduceerbare builds, dependency governance, security scanning, en consistente runtime configuratie. Zonder dit ontstaat “script sprawl” en onvoorspelbare deployments. Zie platform-inrichting als een versneller: het maakt teams autonoom en houdt kwaliteit uniform, ook in een hybride PHP/Python landschap.
- CI/CD-templates: standaard pipelines voor tests, linting, packaging en deployments.
- Dependency beleid: pinning, update-ritme, vulnerability scanning, SBOM-export.
- Runtime standaarden: configuratie via environment, secrets management, health checks.
- API management: authN/authZ, rate limiting, versioning en schema-validatie.
- Observability baseline: metrics, logs, tracing en alerting met SLO’s.
Implementatiechecklist: van beslissing naar uitvoering (90 dagen)
Als je in 2026 je stack heroverweegt, wil je snel duidelijkheid zonder een jaar “architectuurproject”. Onderstaande checklist is ontworpen voor de eerste 90 dagen: hij dwingt je om scope, waarde, risico en platformstandaarden scherp te krijgen. Het doel is één werkende Python use-case in productie, met meetbare resultaten en een herhaalbaar proces.
- Week 1–2: Maak een portfolio-overzicht (applicaties, domeinen, integraties) en kies 1–2 kandidaat-domeinen met hoge waarde en lage afhankelijkheden.
- Week 2–3: Definieer succescriteria: doorlooptijd, foutbudget, SLO’s, security-eisen, en een rollback-plan.
- Week 3–4: Leg contracten vast (API schema’s), kies auth-model, en voeg tracing/correlation IDs toe over PHP↔Python.
- Week 4–6: Bouw de eerste Python service als “thin slice” en implementeer contract tests + characterization tests op de PHP-kant.
- Week 6–8: Introduceer feature flags en canary release; meet latency, error rates en business KPI’s (bijv. acceptatie van aanbevelingen).
- Week 8–10: Hardening: dependency policies, secrets management, alerting, runbooks, incident playbooks.
- Week 10–12: Beslis op basis van data: opschalen (meer services), consolideren (platform verbeteren) of stoppen (als waarde niet aantoonbaar is).



